Episode Transcript
[00:00:06] Fijn dat u luistert naar de podcast van David Maasbach. We hopen dat u erdoor geïnspireerd en opgebouwd wordt.
[00:00:13] Lieve mensen, het huidige Iran, dat heette vroeger... Hoe heette dat vroeger?
[00:00:26] Persië. Persië. Persië is een heel oud land. En dan heb ik het niet over zo net voor de Ayatollahs in 1979.
[00:00:37] Toen heette het ook Persië.
[00:00:39] Maar ik heb het over 3000 jaar geleden. Het is een oud land hè.
[00:00:45] Israël trouwens ook.
[00:00:47] Persië is een heel oud land.
[00:00:50] En dat ontstond na... Heel goed, Broeder Mugge. Heel goed.
[00:00:59] Na het grote Babylon.
[00:01:02] Het Babylonische Rijk was dat eerste rijk. En dan moet je teruggaan naar de droom van Daniel, van Nebukadnezzar. Babylonisch Rijk, met Nebukadnezzar als koning. Dat was groot.
[00:01:16] En na dat rijk kwam Persie.
[00:01:21] Het Rijk van de Mede en de Pers. Persisch Rijk. Dus Persie is eigenlijk een heel oud rijk.
[00:01:28] En in die tijd werd Persie geregeerd door koning Ahasverus.
[00:01:36] Wat een naam eigenlijk.
[00:01:38] Ahasverus.
[00:01:40] En Ahasverus was dus een koning van een heel groot rijk, van wel 127 provincies. Dat rijk was zo groot als wel van India tot Ethiopië. Echt een gigantisch rijk. Wel kleiner dan het Babylonische rijk, maar nog steeds vergeleken met wat het nu is, was het een heel groot rijk.
[00:02:03] En Aros Veres was zo'n drie jaar aan de macht. Eigenlijk best wel kort, vind ik, om een heel groot feest te gaan houden. Maar hij ging een groot feest houden vanwege zijn driejarige jubileum.
[00:02:18] Ik ben benieuwd als wij al die korte... Dan hebben we heel wat te vieren natuurlijk, want drie jaar vind ik niet lang. Maar goed, drie jaar. Want dat feest duurde nota bene 180 dagen.
[00:02:31] feest van de koning voor het hele land en hij wilde aan het eind van die 180 dagen hield hij een geweldige maaltijd, een feestweek voor één week voor alle bestuurders, alle ministers, alle burgemeesters, alle commissarissen van koninginnen, al de generaals, legers, overigens, ze werden allemaal Allemaal uitgenodigd naar de Burg Zion. Dat was waar zijn paleis stond. Eigenlijk een stad op zich, hoor. Maar goed, de Burg Zion. En hij had dat feest.
[00:03:09] Hij wilde zijn rijkdom laten zien aan al die mensen. Hij wilde poggen met zijn rijkdom. Alles was van goud, alles was van zilver.
[00:03:18] Er was wijn in overvloed, eten in overvloed.
[00:03:22] Een hele week lang, na die 180 dagen.
[00:03:26] En dan, aan het eind van die week, wil hij zijn vrouw Fasti bij zich hebben. Hij wilde laten zien hoe mooi zij was.
[00:03:35] En hij liet haar roepen... Ja, het gaat wel een beetje anders in die tijd. Nu in de woke-tijd en de metoo-tijd past dit helemaal niet meer. Maar ik vertel het verhaal zoals het toen was.
[00:03:49] Hij zei tegen zijn dienaren om Vasti te halen.
[00:03:54] Hij zei naar Vasti toe, maar Vasti had een eigen feest georganiseerd met de vrouwen van de burg daar en die had geen zin om te komen en dat zei ze ook. Dat was not done.
[00:04:07] Not done als je tegen de koning nee zei.
[00:04:11] De koning hoorde dat en die was laaiend.
[00:04:16] Die was boos.
[00:04:19] Dat ze nee had gezegd, was eigenlijk wel een goeie oudtijd, hè?
[00:04:24] Hij was liar.
[00:04:26] En hij vertelde dat tegen zijn bestuurders. En hij zei, maar dit kan niet. Nee, zeiden ze, dat kan niet, want als zij dit kan en ze horen dat in het land, dan hebben al die vrouwen geen respect meer voor de mannen, dan moeten we er wat aan doen.
[00:04:41] En toen kwamen ze met het idee dat koning maar alle mooie meisjes uit het land moest uitnodigen, zodat hij daaruit een nieuwe vrouw kon kiezen. En dan moest hij vertellen dat Vashti zijn vrouw niet meer was, geen koningin meer, vanwege die ongehoorzaamheid en dat hij een nieuwe vrouw had.
[00:05:03] En zo gezegd, zo gedaan, al die brieven gingen uit naar die 127 provincies, allemaal in die eigen talen.
[00:05:16] Ja, daar was een heel systeem op gezet dat die meisjes, want dat duurde wel een jaar voordat je bij de koning mocht komen, want je moest door een heel ritueel heen.
[00:05:25] Nou was daar in die Burg Zion, dus in die omgeving van zijn paleis van Agosferos, was er een man genaamd Mordegai.
[00:05:36] Mordegai was een jood.
[00:05:41] zijn zijn voorouders die waren meegekomen meegenomen uit uit zeg maar wat Israël is, hadden ze de joden gevangen genomen en in ballingschap gebracht naar het Babylonische Rijk wat natuurlijk nu Persië was geworden en daar was het, waar al die joden waren natuurlijk verspreid geworden over dat hele rijk en zo was Mordegai daar ook terecht gekomen met zijn voorouders en hij was een jood.
[00:06:15] En nou zorgde hij voor een meisje genaamd Esther.
[00:06:20] Hij was de pleegvader van Esther, want haar ouders waren er niet meer, die waren omgekomen.
[00:06:27] En hij had de pleegzorg op zich genomen om voor Esther te zorgen. Esther was dus ook een jood, want haar Hebraaise naam is Hadassah.
[00:06:41] En ook Esther wordt opgeroepen om dan naar het paleis van de koning te gaan.
[00:06:49] Dan had Mordegai tegen Esther gezegd, Esther, oké, je kan gaan, maar vertel niemand uit van welk volk je bent. Vertel niemand dat je een Joods, dat je Joods bent.
[00:07:04] En Esther deed altijd wat Mordegai zei. Ze was een gehoorzame vrouw.
[00:07:10] Zo Esther ging naar die Burg Zion, kwam daar in dat vrouwenhuis waar al die meisjes waren en voorbereid werden om de koning te zien.
[00:07:22] En het moment toen het was aangebroken dat de koning Esther zag, was hij op slag verliefd.
[00:07:29] Hij was verliefd op haar. Zij was de mooiste vrouw. Ze was voor hem de liefste vrouw.
[00:07:36] En ja, uiteindelijk werd zij ook zijn vrouw. Hij koos haar dus als vrouw uit en werd zij koningin Esther.
[00:07:46] En niemand die wist dat zij Joods was.
[00:07:51] Nou, elke dag ging Mordegai naar Dat plein daar bij dat paleis in die Burg Susan.
[00:08:03] En dan ging hij ook door de poort daar om op dat plein te komen.
[00:08:09] En dan ging hij kijken en horen hoe het met Esther ging.
[00:08:15] In diezelfde tijd werd er een nieuwe minister-president aangesteld.
[00:08:22] En dat werd haar man.
[00:08:26] Nou, voor de bijbelkenners is het goed om te weten dat haman was een agagiet.
[00:08:32] Dan weet je wat voor geest, niet wat voor vlees, maar wat voor geest je in de kuip hebt waar we over praten.
[00:08:40] Zo'n Haman, die werd aangesteld, kreeg de zegelring ook van de koning.
[00:08:48] En oh, die man was hoog in aanzien als minister-president.
[00:08:55] Iedereen was bang voor Haman. Iedereen boog ook voor Haman.
[00:09:00] Als Haman binnenkwam, dan was iedereen stil, iedereen diep buigen voor Haman.
[00:09:11] Hij was dus echt een hele belangrijke man, waar je ook echt voor zou buigen. Want ja, zeker in die tijd voor de koning deed je dat ook. En voor Haman deed je dat ook.
[00:09:27] Nou was Mordegai dus elke dag door die poort heen, bij dat plein.
[00:09:35] En op een zeker moment dan hoorde hij twee dienaren van de koning, die op wacht bij de kamer van de koning, dus heel dicht bij de koning zat je.
[00:09:47] En die waren aan het overleggen hoe zij de koning wilden vermoorden.
[00:09:53] Want ze waren boos op de koning, weet ik veel, misschien geen opslag gehad, wie zal het zeggen. Wat het was, ze waren boos op de koning, ze wilden de koning ombrengen.
[00:10:02] En Mordegai die hoorde hun praten.
[00:10:06] En dit bekokstoven.
[00:10:09] En Mordegai die vertelde het aan Esther.
[00:10:13] En Esther vertelde het aan de koning in naam van Mordegai.
[00:10:21] En dan gaat de koning, die gaat dat uitzoeken en dan blijkt het dus waar te zijn.
[00:10:27] Ja, en in die tijd, hij laat ze ophangen.
[00:10:31] En het werd opgeschreven in de geschiedenisboeken.
[00:10:36] Van dit complot en hoe dat vereideld werd door moordigheid. En toen werd het vergeten.
[00:10:43] Zo de dagen gaan voorbij, maar Haarman, als hij door die poort gaat en iedereen buigt voor Haarman, blijft er een man staan en die buigt niet en dat is Mordegai.
[00:11:03] Nou begrijp je wat er in Haarman begon te bewegen?
[00:11:09] Dat is die Hij naar huis, zijn vrouw, met zijn vrouw Sarah, heette die geloof ik, en zijn vrienden. Oh, dan moest hij, hij moest het kwijten aan zijn vrouw. Die pot, die vent daar bij die poort. Nou, ben ik nog netjes, hè?
[00:11:34] Want ik vraag me af hoe hij die vent genoemd heeft.
[00:11:39] Vandaag, je hoort heel vaak dat woord, die kapmoordegaai en die... Hij werd boos, hè? Weet je... Ja... Eerst, de eerste keer is ontevreden, weet je wel?
[00:11:54] Wie is die man? Weet je al? Maar dan gaat dat groeien, hè?
[00:11:59] Dan wordt die ontevredenheid bitterheid.
[00:12:03] Bitterheid wordt haat. Haat wordt boosheid. Boosheid wordt woede.
[00:12:08] Zo diep zit dat. Weet je, als je vandaag bijvoorbeeld... Het is te zien, die haat, ook de haat vandaag tegen Israël is te zien. Tegen de Joden, is echt te zien. Want er zijn heel wat mensen, ook in de talkshows in Nederland, die kunnen heel rustig praten over dingen waar ze het niet mee eens en wel mee eens zijn. Dan zitten ze te praten. Maar als het over Israël gaat, dan komt er een soort boosheid naar boven. Dan hebben ze zichzelf niet meer in de hand. Dan zeggen ze dingen en dan zie je de ogen veranderen. Dan komt er een soort haat, die geest van haat, die komt naar boven. Dat had Haman ook. Want Haman, hij had dezelfde geest als Hitler hoor.
[00:13:00] Hij was een jodenhater, tenminste dat werd hij. Want Mordegai was een jood en hij was zo boos op die Mordegai. Hij haatte hem zo heel erg dat het voor hem niet genoeg was om Mordegai uit de weg te ruimen. Hij wilde het hele volk van Mordegai uitroeien.
[00:13:23] Alle joden.
[00:13:26] En zo, wat deed hij? Hij gooide het lot.
[00:13:29] Dat heet het puur.
[00:13:31] Puur, puur.
[00:13:33] Hij gooide dat lot. En hij gooide het lot op de twaalfde maand en de dertiende dag.
[00:13:41] Dus waarschijnlijk eerst twaalf, toen dertien. Wij zouden eigenlijk zeggen dertien december.
[00:13:47] Twaalfde maand, december, dertiende dag. Wij zouden heel makkelijk zeggen dertien december.
[00:13:53] En hij ging naar de koning, dus met dat in zijn hoofd, 13 december, ging hij naar de koning en hij maakte daar een verhaal van.
[00:14:05] Hij zegt, koning, ja weet u koning, u bent koning van een groot... Dan komt dat geslijm, weet je wel.
[00:14:14] Dat geslijm komt. O koning. Net als wat ze hadden met Zadrach, Messiger en Abednego en net als bij Daniël. O koning, u bent zo geweldig groot. U bent de grootste koning met 127...
[00:14:29] provincieën. Maar koning, er is onder al de volkeren in uw koninkrijk is er één volk wat zich niet houdt aan uw wetten. Zij hebben eigen wetten.
[00:14:46] Ah, die draaierijen, hè.
[00:14:50] Vandaag heb je dat ook, hè. Mensen die dingen draaien.
[00:14:56] De profeet zegt, alles wat kwaad is noemen ze goed, wat goed is noemen ze kwaad.
[00:15:00] Alles wat licht is noemen ze duister, wat duister is noemen ze licht. Alles wat bitter is noemen ze zoet, en wat zoet is noemen ze bitter. Alles wordt gedraaid vandaag.
[00:15:11] En helemaal in de politiek, je wordt er ziek van.
[00:15:14] Ach, wat een draai!
[00:15:18] Draaikonten mag niet, hè?
[00:15:20] Draaierijen. Wat een gedraai. En je ziet ze gewoon draaien. Dan denk je, heb je het zelf niet door?
[00:15:27] We worden bedonderd waar we bij staan. Maar goed.
[00:15:31] Dat had Hamen ook bij de koning. Koning, dat volk dat houdt zich niet aan uw wetten.
[00:15:37] En ze hebben eigen wetten.
[00:15:40] Sta mij toch toe dat ik op 13 december, twaalfde maand, dertiende dag, dat ik dat volk mag ombrengen.
[00:15:51] Vrouwen, kinderen, alles.
[00:15:54] Ik geef u daar, ik geloof dat er 375.000 kilo zilver voor en 10.000 talenten.
[00:16:06] Dit is toch gewoon omkoop als je dit hoort? Geld geven om het Joodse volk om te brengen.
[00:16:14] Maar de koning zegt, in zijn onbenul, zegt, Haarman, je mag het doen en het zilver en zo mag je allemaal houden. Ik heb het niet nodig, maar ik geef dat volk aan jou, doe ermee wat jij wil.
[00:16:30] En hij heeft wat hij wil.
[00:16:34] Voor hem stond dat vast.
[00:16:37] Oh, hij werd al weer wat blijer.
[00:16:41] Niet helemaal, want elke keer als hij die moordigheid tegenkwam, dacht hij, oh, ik kan niet wachten.
[00:16:49] Kan niet wachten.
[00:16:52] Dus je merkte alweer wat beleidschap. Nou, hij liet naar al die 127 provincies die brieven schrijven.
[00:17:06] Ja, het is ongelooflijk als je er vandaag aan denkt hoe dat toen ging.
[00:17:10] Dat het volk mocht de Joden ombrengen op die dertiende dag van de twaalfde maand.
[00:17:22] Iedereen mocht het Joodse volk ombrengen, van vrouwen, kinderen, baby's, maakt niet uit.
[00:17:30] Ze mochten het vermoorden en alles van die Joden mochten zij houden.
[00:17:36] Huis, inboedel, noem maar op.
[00:17:39] Dus ja, dat volk dat was gereed om dat te doen. En al die brieven gingen uit naar al die provincies.
[00:17:48] Dus ja, je kan je voorstellen hoe de Joden zich voelden toen.
[00:17:53] Zij moeten zich hetzelfde gevoeld hebben als toen Hitler aan de macht was.
[00:17:59] Dat owee.
[00:18:01] Wat een haat.
[00:18:05] Maar je weet wel waar die haat vandaan komt oorspronkelijk.
[00:18:09] En Mordegaar, die las dat ook en die hoorde dat, en die ging in zak en as.
[00:18:18] Liep hij in rouwkleding, riep hij daar rond de burg Susan.
[00:18:23] Hij mocht het paleis niet in met rouwkleding, dat mocht niet. Dus hij bleef daarvoor.
[00:18:29] En de dienaren die dat zagen, die zeiden, die brachten dat over aan Esther.
[00:18:35] Esther.
[00:18:37] Uw vader Mordegai loopt in zakken als rouwklederen rond. Zij wist niks!
[00:18:45] In dat paleis.
[00:18:47] Ze had dat niet gehoord.
[00:18:50] En dan stuurt zij dienaren, want zo ging dat elke keer met dienaren, dienaren om aan Mordegai te vragen wat er aan de hand is. Mordegai aan die dienaren, wel, vertel Esther wat er aan de hand is dat Haman heeft toestemming van de koning gehad om ons hele volk uit te roeien.
[00:19:11] op 13 december. En hier is de brief van Haman die geschreven is naar al die provincies. Laat het maar zien. Die dienaren naar Esther hebben het Esther verteld.
[00:19:23] Mordecai had gezegd en Esther je moet naar de koning gaan en om genade smeken dat wij niet als volk worden omgebracht.
[00:19:34] En als Esther dat dan hoort dan schrikt ze natuurlijk hevig En dan zegt ze tegen die dieraren terug, maar vertel papa Mordegai, dat hij weet het ook, iedereen weet dat, je mag niet zomaar naar de koning.
[00:19:53] Want als je ongevraagd naar de koning gaat, dan kan je omgebracht worden of dan wordt je omgebracht.
[00:20:01] Zo, dit ligt heel gevoelig en heel moeilijk, dit kan niet zomaar wat je van me vraagt.
[00:20:06] Die dienaren weer naar Mordegai, Mordegai vertelt en dan zegt Mordegai, vertelt tegen Esther, gaat terug en zegt Esther, als jij denkt dat je veilig bent in je paleis, terwijl je hele volk wordt omgebracht buiten, moet je niet denken dat jij veilig bent.
[00:20:25] Want jij zal omkomen en de heren, hier zie je het vertrouwen van moordigheid, en de heren onze God zal hulp van een andere kant geven.
[00:20:35] Maar Esther, misschien dat de heren God jou voor deze tijd juist daar gebracht heeft.
[00:20:46] Juist voor deze tijd.
[00:20:49] Lieve mensen, de heren, Hij sorteert altijd goed voor en hij brengt mensen in plaats en in positie om jou te helpen.
[00:21:05] En dat kan heel ver teruggaan in allerlei facetten als je later terugkijkt hoe de Heere bepaalde situaties helemaal in kaart brengt dat het allemaal gereed is om jou te helpen wanneer de tijd komt en je hebt het nodig.
[00:21:24] En dan zal hij niet vergeten wat jij hebt gedaan als aan de heren en als aan zijn dienstknechten, zegt hebreeën.
[00:21:35] Zo.
[00:21:37] Esther zegt tegen die dienaren, vertel papa, morgen ga je.
[00:21:42] Oké.
[00:21:44] Ik ga.
[00:21:46] Kom ik om, dan kom ik om. Maar ik doe het.
[00:21:49] Ik doe het.
[00:21:50] Maar...
[00:21:52] willen u alle joden verzamelen in de burcht Zion en drie dagen gaan vasten.
[00:21:59] Allemaal.
[00:22:00] En dan zal ik naar de koning gaan.
[00:22:04] Zo gezegd, zo gedaan.
[00:22:06] De derde dag gaat zij dus naar de koning en bij die troonzaal blijft ze ergens daar bij die ingang staan, zodat ze opvalt en dan valt ze op bij de koning.
[00:22:20] En het moment dat de koning haar ziet, ja ja, pakt hij zijn scepter en hij zwaait met zijn scepter dat ze bij hem moet komen.
[00:22:33] Prachtig. Wat een verhaal, hè?
[00:22:36] En dan gaat ze naar de koning toe en dan zegt de koning tegen Esther, Esther, wat pijn om je te zien.
[00:22:47] Maar wat is er aan de hand?
[00:22:49] Hij ziet dus aan Esther dat er iets aan de hand is. Je kan aan iemand zien of er iets echts aan de hand is. Dat kan je zien.
[00:22:58] En de koning zegt Esther, wat is er aan de hand?
[00:23:04] Wat heb je nodig? Al is het de helft van mijn koninkrijk.
[00:23:08] Ik zal het je geven.
[00:23:11] Ja.
[00:23:14] Ik heb er weleens aan zitten denken, als Regina dat bij mij zou zeggen.
[00:23:19] En ik zou zeggen tegen haar, oh Gien, alles, al is de helft van mijn koninkrijk.
[00:23:26] Maar wat nou als ze net iets vraagt wat ik denk, Nou dan zeg ik, och schat, dat hoort net bij de andere helft.
[00:23:38] Hahaha.
[00:23:41] Maar hij zei, al is het de helft van mijn koninkrijk.
[00:23:45] En dan zegt Esther, o koning, wat ik nou zo fijn vou vinden, daar waar wij zijn, heb ik een maaltijd klaarstaan, klaargemaakt voor u en Hamon zou u daar willen gaan eten. De koning staat gelijk op, hij zegt, Hamon kom!
[00:24:05] We gaan mee met Esther. Hij werd steeds blijer, die man.
[00:24:12] Hij als enige bij de koning en de koningin eten. Dat is heel bijzonder, hè?
[00:24:18] Ja, dat is heel bijzonder.
[00:24:21] En dan gaat hij mee.
[00:24:26] En dan eten ze, en dan zegt de koning weer, Esther, ik ben meegekomen, maar er is iets aan de hand. Vertel me nou wat er aan de hand is, al is het de helft van mijn koninkrijk. Ik zal het je geven. En dan zegt Esther, ze moet gebeden hebben, gedachten hebben, heer, leid mij, help mij.
[00:24:44] En dan zegt Esther, die zegt, nou koning, ik zou het fijn vinden als u morgenavond opnieuw met haar man bij mij komt eten. En dan ga ik het vertellen.
[00:24:56] Lieve mensen, over bepaalde dingen moet je echt bidden.
[00:25:00] Bepaalde ontmoetingen, bepaalde zaken, bepaalde dingen die je moet doen, dat moet je echt voorbidden. En soms vaak, s'nachts, dat je niet gestoord kan worden, alleen met de Heer, zodat de Heilige Geest je kan sturen en helpen, zodat je precies het goede doet op de juiste tijd.
[00:25:22] Oh, ik weet waar ik over spreek.
[00:25:25] Ik denk dat de meeste tijd bij mij is niet gegaan in allemaal gesprekken en zaken doen. De meeste tijd, en de Gina weet het, is bidden, gebed.
[00:25:35] Praten met God.
[00:25:37] Zodat je niet verkeerd verkeerd zit. Als God de bal hierheen gooit, dat je niet hier staat.
[00:25:45] Het moet op de juiste plek en plaats staan. Esther ook. O koning, kom morgenavond met Haman. O Haman, die werd nog blijer hè.
[00:25:54] Voor tweede keer morgenavond alleen met de koning en de koningin.
[00:26:00] Wat bijzonder hè.
[00:26:03] En dan gaat de koning naar zijn paleis en Haman gaat naar huis. Dan komt hij weer langs die poort.
[00:26:11] Waar Mordegai blijft staan.
[00:26:15] en niet buigt.
[00:26:18] Oh!
[00:26:19] En toen hè, toen, ja je zou eigenlijk vandaag zou je zeggen toen voerde Satan in hem.
[00:26:28] Net als bij Judas.
[00:26:29] Weet je wel, je kan lang bezig zijn met dingen. Judas was ook lang bezig met dingen. Maar de Satan zat nog niet in hem. Hij deed gewoon boos. Hij werd geïnspireerd door boze machten en geesten.
[00:26:45] Dat is nog iets anders dan wat de Satan in je voerde.
[00:26:49] In je vaart. Dat gebeurde bij Judas.
[00:26:54] Ik heb dat ook één keer meegemaakt hier.
[00:26:56] Ik weet nog de dag en zo dat de Satan in die persoon voerde.
[00:27:01] En je kan het zien dan aan de vruchtkedenboom met wat die mensen doen, zeggen en schrijven.
[00:27:08] De Satan voerde in hem. Hij werd zo woedend en boos, hè.
[00:27:14] Oh, die haat, die kwam zo helemaal naar boven, hè. Hij naar huis.
[00:27:20] Z'n vrouw Seres en z'n vrienden weer bij elkaar en hij gooide al dat gaal eruit over die mordige, die mordige, die mordige. Die vent die moet gewoon helemaal kapot, hij moet dood.
[00:27:36] Hij was helemaal buiten zinnen.
[00:27:39] Helemaal zo boos.
[00:27:42] Wat? Wat? Wat? Hoe? Hoe dan? Hoe kan ik die man helemaal stuk maken? Dat is wat ik noem het ultieme kwaad.
[00:27:53] En weet je dat er heel wat mensen zijn die vervuld zijn met het ultieme kwaad.
[00:28:00] Ultieme kwaad, dat is de ultieme boosheid. Ik heb me wel eens af zitten vragen hoe bepaalde mensen, terwijl wij bezig zijn met zomerkamp, om de mensen Jezus te brengen, het licht te laten schijnen, over de goede God te praten, de goede Bijbel, et cetera. hoe mensen bezig kunnen zijn om complot te denken, hoe ze zoveel mogelijk slachtoffers kunnen maken, met bommen maken en plaatsen. Dat noem ik ultiem kwaad.
[00:28:32] Dat is het ultieme kwaad. Dat komt niet uit de mens zelf, dat komt uit het ultieme kwaad. Ik heb er geen ander woord voor.
[00:28:44] Oh, zegt zijn vrouw, die komt dan met een idee. Weet je, haar man.
[00:28:50] Weet je wat je moet doen?
[00:28:53] Ga direct nou een spies maken in onze tuin, we hadden een grote tuin, een gallag van 25 meter hoog.
[00:29:05] En dan ga je morgenochtend naar de koning om te vertellen dat je morgen gaat spiezen.
[00:29:11] En dan kan je zatens heerlijk in de rust met een blij hart bij de koning en koningin zitten om te eten.
[00:29:21] Toen hij dat hoorde, dacht hij, oh, ja, dat ga ik doen. Morgenochtend ga ik naar de koning, ik ga die haman spiezen, en dan kan ik heerlijk eten, dan ben ik af van die vent.
[00:29:35] Ja, mensen doen alles voor bepaalde dingen.
[00:29:38] En hij liet er geen gras over groeien. Diezelfde nacht werd die spies gebouwd.
[00:29:44] 25 meter hoog. Mensen, dat is bijna zo hoog als het plafond, denk ik hier. Dat is hoog, hoor.
[00:29:51] Twee keer het plafond. Echt waar?
[00:29:54] Lieve mensen, dat is heel hoog.
[00:29:58] Heel hoog.
[00:30:00] Van heinde en verre te zien.
[00:30:03] Je zou bijna zeggen net een Eiffeltoren. Of net de Euromast.
[00:30:08] Ja, Euromast lijkt de wereld, denk ik.
[00:30:11] Ja.
[00:30:12] Dus hij was er helemaal mee bezig.
[00:30:16] Ja, voelde ook van dit ga ik doen.
[00:30:18] Maar in diezelfde nacht kan de koning niet slapen.
[00:30:24] En dan zegt hij, roept hij zijn dienaren.
[00:30:28] Zegt, luister eens, lees eens wat voor van de belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenisboeken. Nou, heel wat boeken die daar staan.
[00:30:36] Met al die belangrijke gebeurtenissen. Die dienaren nemen een boek eruit en precies het verhaal van die twee boeven die de koning wilden vermoorden.
[00:30:50] En hoe moordig hij dat vereideld heeft. Lieve mensen, dat moet van God zijn.
[00:30:58] Hoe kan je dat nou uitkiezen om precies dat aan de koning te gaan brengen?
[00:31:03] Dat is wat ik nou noem hoe God in dat helemaal aan het werk is. En dat doet hij vandaag voor jou ook.
[00:31:16] En ook voor ons als zijn kinderen. Wat ze ook bekokst of het Binnenhof of United Nations of Europa.
[00:31:24] Ik en mijn huis, wij zullen de heren dienen.
[00:31:28] En dan zorgt God voor je.
[00:31:30] Ook in kwade dagen.
[00:31:33] En dan zegt de koning tegen die dienaren, maar is mordigheid daar ooit voor beloond?
[00:31:40] Je weet op welke kant het opgaat.
[00:31:43] Is die daar? Nee koning.
[00:31:46] Hij is daar nooit voor beloofd. Maar die man heeft mijn leven gered.
[00:31:50] Nou, hij is nooit beloofd. Inmiddels is het al morgen.
[00:31:55] Wie loopt daar op het plein? Vraagt de koning. Die dienaren lopen naar het vensterbank.
[00:32:02] O, koning, het is Hamam.
[00:32:06] Hamam. En hij zingt, koning.
[00:32:09] Hij zingt. Ja, Hamam was heel blij.
[00:32:13] Oh.
[00:32:15] Ik zal opgaan naar Gods huis met gejubel en gejuich.
[00:32:21] Ik zal komen in zijn hof met... Oh ja, hij was zo blij.
[00:32:27] Hij was zo blij met dat hele plan, weet je wel. Oh, wat een blijdschap.
[00:32:33] En wat een contrast met vergeleken die haat. Dus hij... Koning zegt, haal Haman. Haman die komt. En de koning zegt, hé Haman, good morning.
[00:32:42] Goedemorgen koning. Hoe is het met u? Hij had ook s'avonds in z'n gedachten, weet je wel.
[00:32:49] Haman, wat zou jij nou doen met de man die ik geweldig wil belonen?
[00:32:59] Dat kan niemand anders dan ik zijn. Dat kan niemand anders dan ik zijn. Wie is er nou hoger en beter dan ik? Ja, zo denken die mensen.
[00:33:11] En Haman dacht altijd van, oh, en toen ging hij het aandikken.
[00:33:15] Oh koning, ik zou die man uw koninklijke mantel omdoen.
[00:33:22] Ik zou hem uw kroon opzetten. Hij had zichzelf helemaal in gedachten natuurlijk.
[00:33:30] En dan, koning, uw koninklijk paard, dan moet die opgezet worden.
[00:33:36] En dan... Ja, hij dikte het helemaal aan. Dan, o koning, moet een van uw hoogste ambtenaren met deze man door de stad heen lopen. En hij moet uitroepen, dit is de man die de koning wil belonen.
[00:33:55] Oké Haman, doe wat je gezegd hebt, laat niks af, ga Mordegai halen en zet hem op het paard met mijn mantel, mijn kroon, mijn paard en roep het uit. Maar die Haman kreeg een hartverzakking.
[00:34:12] Hij kreeg een hartverzakking.
[00:34:17] Ja.
[00:34:19] Hij die hele dag Daar rondgelopen, ja hij kon niet anders, want anders werd hij afgemaakt, want zo ging dat.
[00:34:29] Hij daar door die stad heen, hoe denk je dat hij zijn gevoel moet hebben?
[00:34:35] En maar roepen, voor die moordigheid waar hij die hoge spies voor had gemaakt.
[00:34:42] Luister lieve mensen, het ultieme kwaad valt altijd in zijn eigen zwaard.
[00:34:48] Onthoud dat.
[00:34:51] Wat voor dag, wat een dag was dat voor hem. Goed, maar de avond brak aan.
[00:34:56] Hij naar het huis van de koning en de koningin.
[00:35:00] En als ze dan zitten te eten, dan zegt de koning weer, Esther nou moet je echt zeggen, wat is er aan de hand?
[00:35:06] Al is het de helft van mijn koninkrijk, maar ik wil nu weten waarom dit oplost. En dan zegt Esther, nou koning, er is iemand Die wil mijn hele volk vernietigen.
[00:35:23] Mijn hele volk.
[00:35:26] En dan wordt de koning boos.
[00:35:31] Want hij hield van Esther.
[00:35:33] Het was zijn vrouw.
[00:35:35] Hij wordt boos.
[00:35:37] En hij zegt, Esther, wie? Wie is die man? Wie?
[00:35:42] En dan zegt Esther, kijk daar.
[00:35:44] Die boze boef daar, Haman.
[00:35:47] Haman.
[00:35:49] En dan wordt de koning laaiend op Haman.
[00:35:53] Echt zo boos op Haman.
[00:35:57] Hij zegt dan tegen zijn dienaren om Haman te nemen. En die dienaren die zeggen, ja als het spel meespeelde, zegt koning die Haman die heeft in zijn tuin een spies Klaargemaakt om moordigheid te spiesen. Terwijl moordigheid dat net allemaal gebeurd is, weet je wel.
[00:36:20] En dan wordt de koning zo boos, dan zegt hij, neem Haman, spies hem op de spies waar die moordigheid op wilde spiesen.
[00:36:30] En zo werd Haman nog diezelfde dag omgebracht op de spies.
[00:36:35] Die hij van moordigheid had klaargemaakt. Het ultieme kwaad valt altijd in zijn eigen zwaard.
[00:36:43] Wie een kuil graapt voor een ander, valt er zelf in. En zo is het ook met de duivel en al zijn boze machten.
[00:36:51] De wraak komt de Heren toe. Hoef je zelf niet te doen. God zal het allemaal regelen voor je.
[00:36:57] Je hoeft niks te doen.
[00:36:59] Je moet je mond houden, bezig zijn met de dingen van de Heer. En de Heer, ik zeg altijd, heren, u bent mijn advocaat. Als er iets gezegd moet worden, doet u het maar. Ik hou mijn mond. En de Bijbel zegt, als jij je tong in bedwang kan houden, dan ben je sterker als iemand die steden in bezit kan nemen.
[00:37:18] Maar de meesten kunnen het helaas niet.
[00:37:21] Maar dat is mijn kracht altijd geweest, mond houden. Gebruik je tong om te zegenen, om het evangelie te brengen. En de Heer zal de rest oplossen. Het kan misschien soms lang duren, maar het duurt net zo lang als dat God zegt.
[00:37:37] Zo lang duurt het.
[00:37:40] En dan is haman is gespiest en dan zegt de koning tegen Esther, Esther ik geef je alles van Haman. Zijn huis, zijn hele hebben en houden, je mag het allemaal hebben. En dan laat Esther Mordegai komen om aan de koning te laten weten dat Mordegai haar pleegvader is.
[00:38:02] En haar heeft opgevoed en altijd voor haar gezorgd heeft.
[00:38:06] En dan geeft Esther het huis van Haman aan Mordegai.
[00:38:11] En dan geeft de koning aan Mordegai zijn mantel, zijn ring en hij werd de belangrijkste man in het hele rijk.
[00:38:22] Maar ze zaten nog met een probleem.
[00:38:26] 12 december of 13 december.
[00:38:30] Want dan zegt Esther Mordegai, die zegt tegen de koning, maar koning, we zitten nog met dit punt wat Haman heeft uitgeroepen, dat zij allemaal omgebracht, mijn volk omgebracht moet worden. Dan zegt de koning, ja Esther, maar een wet van de mede en persen, de wet kan niet veranderd worden, want mijn zegel staat erop en dat was zo. Daarom zeg je vandaag ook, nee, het is een wet van mede en persen. Dat betekent, het kan niet veranderd worden.
[00:39:01] Maar bedenk maar iets waardoor het mee zal vallen of veranderen kan en dan komt Mordegai, die komt met het idee, ja het is ook allemaal van God denk ik hoor hoe die man geleid werd, dat in ieder geval de Joden mochten zich op die dag gaan verdedigen.
[00:39:22] Echt verdedigen.
[00:39:24] En ook dat wordt het hele Rijk ingestuurd via allerlei brieven en dan gaan de joden zichzelf verzamelen.
[00:39:33] En die gaan bedenken hoe ze zich kunnen verzamelen om op te staan tegen degenen die daar gaan aanvallen.
[00:39:42] En dan zijn er heel wat die die dag dan ook de gedachte hebben om natuurlijk die joden aan te vallen, want alles wat zij ombrengen mogen zij houden. Dus er zullen altijd mensen zijn en families en gezinnen.
[00:39:56] Ik denk de zonen van Haman ook.
[00:40:00] En dan breekt de dag aan en dan gebeurt het wonderlijke.
[00:40:06] Want dan is God met zijn volk en zijn volk, het draait helemaal om.
[00:40:12] Zijn volk hakt al die mensen in de pan die hun wilden ombrengen. En de wet zei ook, wat moordigheiders later regelde, dat alles wat zij ombrachten mochten zij houden.
[00:40:27] Dus er was ook heel veel vrees. Heel veel deden het niet in die tijd, maar er waren er ook die het deden. En ook de tien zonen van Haman kwamen allemaal om die dag.
[00:40:38] Ja, God maakte er een einde aan aan dat kwaad.
[00:40:43] En die dag, die dertiende, en trouwens Susan, de Burg Susan, kreeg Esther nog een dag extra, de veertiende, maar dat is een ander verhaal.
[00:40:53] Die dag, de dertiende, dat wordt vandaag nog steeds gevierd als het Purimfeest.
[00:41:00] Vandaag vieren de joden nog steeds puur een feest waarin herdacht wordt wat Mordegai en Esther hebben gedaan om het hele Joodse volk te behouden.
[00:41:15] Want anders waren ze allemaal omgebracht.
[00:41:18] En lieve mensen, de duivel is er altijd op uit geweest, het ultieme kwaad, om het Joodse volk helemaal uit te roeien.
[00:41:28] Tot op de dag van vandaag, ook in datzelfde Iran, Persie.
[00:41:33] Ze hebben maar één doel, één haat en dat is het Joodse volk uit te roeien.
[00:41:39] En waar heeft dat dan mee te maken? Gewoon omdat het Joden zijn, het heeft te maken met satanische krachten, diabolical krachten die erachter zitten omdat de duivel haat God, haat het Joodse volk.
[00:41:54] Er zal altijd vijandschap zijn tussen het zaad van de vrouw en de slang.
[00:42:00] Vandaag precies hetzelfde. De duivel haat de kinderen gods.
[00:42:05] De duivel haat de gemeente. En als je het nog niet wist, jij bent een kind van God. De duivel haat jou.
[00:42:12] Hij haat het licht.
[00:42:14] Jij bent het licht in de wereld. Het enige licht.
[00:42:19] En hij haat dat licht.
[00:42:21] Hij is de prins der duisternis.
[00:42:26] De duivel haat mij ook. Dit soort boodschappen haat hij, want dit is kennis.
[00:42:31] En wat doe ik? Verzin ik wat? Nee, ik vertel gewoon het verhaal wat je kan lezen in Esther. Ga het vanmiddag nog maar eens rustig lezen.
[00:42:41] Dan zie je nog andere details ook. Nou, één ding. De duivel haat mij, ik haat hem.
[00:42:48] Ik haat hem tot het bot.
[00:42:51] En ik weet, hij haat mij.
[00:42:53] Nou, houden zo.
[00:42:55] Want tot bekering zal die niet komen.
[00:42:58] Het interesseert me niet. En er komt een dag dat de Heere God zal afrekenen met het ultieme kwaad.
[00:43:05] Ook de antichrist, het beest, de valse profeet en de draak, de slang, allemaal dezelfde. De draak, de slang, de duivel.
[00:43:16] Hij gaat ermee afrekenen en die dag gaat komen.
[00:43:20] En dan, lieve mensen, valt het ultieme kwaad in zijn eigen zwaard.
[00:43:25] Zo, wees niet bang, wees niet bevreesd. De Heere God is bij je. Hij is met je. Hij heeft gezegd, ik zal bij je zijn al de dagen van je leven. Ik en mijn huis, wij zullen de Heere dienen, ook in de gemeente hier. Ze kunnen zeggen, schrijven en doen wat ze willen, maar de Heere is met ons. Amen.
[00:43:50] Bedankt voor het luisteren naar deze podcast.
[00:43:53] Wilt u meer preken beluisteren? Ga dan naar message.maasbachradio.com Bezoek ook eens onze website www.maasbach.nl