Episode Transcript
[00:00:06] Fijn dat u luistert naar de podcast van David Maasbach. We hopen dat u erdoor geïnspireerd en opgebouwd wordt.
[00:00:16] 1 Samuel 17, vers 20 tot 30 ga ik lezen.
[00:00:23] Bij hem, Michal, de andere dochter van Saul, hield van David.
[00:00:33] Dus een dochter van Sal hield van David. Toen Sal hiervan hoorde, was hij daar blij mee.
[00:00:39] En hij dacht, ik zal haar aan hem geven. Ik kan haar gebruiken om David ten val te brengen.
[00:00:48] Hallo, we komen ineens midden in dat verhaal. Let goed op.
[00:00:55] Ik kan haar gebruiken om David ter val te brengen. Laten de Filistijnen... Trouwens, dit is 1 Samuel 18.
[00:01:04] Ik moet 1 Samuel 17 hebben, maar dit komt goed uit wat hier staat, want ik kan niet het hele hoofdstuk lezen.
[00:01:11] Maar 1 Samuel 18 is ook goed, maar ik moet 1 Samuel 17 hebben vers 20 tot 30.
[00:01:18] Even, kunnen we dat even opzoeken? Ja.
[00:01:21] Ja, hier wil ik zijn. Maar dat andere is ook belangrijk, want dat komt zo wel terug.
[00:01:26] David stond s'morgens vroeg op en liet de schapen achter bij een herder.
[00:01:32] Ook onthouden even.
[00:01:34] Hij liet de schapen achter bij een herder, toen David vroeg opstond. Hij laadde het eten op een ezel en ging op weg, zoals Isaie.
[00:01:46] Wie was Isaie?
[00:01:47] zijn vader hem gezegd had. Toen hij bij het kamp kwam, hief het leger juist de strijdkreet aan om zich te gaan opstellen.
[00:01:59] De legers van de Israëliten en de Filistijnen stelden zich tegenover elkaar op.
[00:02:07] Filistijnen en de Israëlieten.
[00:02:09] David liet zijn spullen achter bij de bewaker van de legerbagage en liep naar het leger.
[00:02:18] En toen hij daar aankwam, vroeg hij aan zijn broers hoe het met hun ging.
[00:02:24] En terwijl hij met hen aan het praten was, kwam die reus, kwam die lelijke kampvechter Goliath, de Filistijn uit God, uit het leger van de Filistijnen naar voren.
[00:02:39] En hij zei dezelfde dingen als altijd. En David hoorde het.
[00:02:47] David hoorde het. En wat hij zei, lees je daarvoor.
[00:02:53] Lees het hoofdstuk voor jezelf. Toen de Israëlieten de man zagen, werden ze bang.
[00:03:00] Ze werden bang, ze werden bang. En ze sloegen op de vlucht.
[00:03:05] De Israëlieten zeiden tegen elkaar, heb je die vent gezien joh? Hij komt om Israël uit te dagen.
[00:03:13] Let goed op, hij komt om Israël uit te dagen.
[00:03:17] Wie hem verslaat krijgt van de koning een grote beloning.
[00:03:21] Bovendien mag hij met zijn dochter trouwen en dan krijg je wat we net lezen later. En zijn familie zal geen belasting meer hoeven te betalen.
[00:03:31] En toen vroeg David aan de mannen die bij hem stonden, wat voor beloning krijgt de man die de Filistijn daar verslaat en de eer van Israël redt? Hoe durft die ongelovige Filistijn, andere vertaling zegt goddeloze Filistijn, de oude vertaling zegt die onbesneden Filistijn, hoe durft die goddeloze Filistijn het leger van de levende God uit te dagen?
[00:04:01] Ze gaven hem hetzelfde antwoord als wat hij anderen al hard horen zeggen.
[00:04:08] Let op hè, nu komt het ook.
[00:04:10] En toen Eliab, Davids oudste broer, David met die mannen hoorde praten, werd hij boos op hem.
[00:04:20] Zijn broer werd boos op David.
[00:04:24] Zijn broertje. Hij zei, waarom ben je hier gekomen?
[00:04:28] Bij wie heb je dat handje vol schapen achtergelaten daar in de wildernis?
[00:04:35] Ik weet wel dat je overmoedig en stiekem bent. De andere vertaling zegt dat je slecht bent. Ik weet dat je slecht bent.
[00:04:46] Je bent alleen maar gekomen om de strijd te zien.
[00:04:50] Maar David zei, maar wat heb ik dan verkeerd gedaan?
[00:04:54] Ik had toch een goede reden om te komen?
[00:04:58] Ik had toch een reden om te komen?
[00:05:01] En toen draaide hij zich om naar iemand anders en vroeg hem hetzelfde en de mannen gaven hem steeds hetzelfde antwoord.
[00:05:10] Lieve mensen, de Filistijnen, het volk wat een vijand was van Israël altijd, de Filistijnen. Als je leest in de Bijbel hoeveel keer daar een strijd was tussen godsvolk en de Filistijnen.
[00:05:30] Dat stond aan de ene kant en Israël stond aan de andere kant.
[00:05:36] Dat was gaande, al dagen was dat gaande.
[00:05:40] En elke dag kwam eruit, die Filistijne, kwam dan die lelijke grote reus met een hele grote speer, heel groot schild en die kwam dan naar voren, die ging dan in het midden in dat dal staan en die ging dan roepen, schreven naar de Israelieten om met hem te strijden en iedereen was bang.
[00:06:05] Dat was wat gaande was, al dagen.
[00:06:08] En dan zegt Isaïe, de vader van David, want David was achtergebleven, hij was schaapshedder, en zijn drie oudste broers, dat was Eliab, dat was Abinadab en dat was Sama, die zaten in het leger.
[00:06:29] Izzi zegt dan tegen David, David neem kaas en brood mee, ga en kijk dan hoe het daar gaat bij je broers en geef hun dat eten.
[00:06:41] David laat zijn schapen, want hij is een schaapshoeder, bij een andere hoeder achter. Hij liet ze niet zomaar achter.
[00:06:50] Hij liet ze bij een andere hoeder achter. Hij zorgde dat zijn schaapjes veilig waren van zijn vader toen hij op weg ging.
[00:06:59] en dan gaat hij dus naar die strijd toe en dan komt hij daar midden in die strijd, de Filistijnen aan één kant op de heuvel, de Israëliten aan de andere kant op de heuvel, Goliath komt precies weer op het moment dat David aanwezig is daar, langs loopt om naar zijn broers te gaan, komt die reus en die begint daar te vloeken, te schelden en het volk van God uit te dagen.
[00:07:32] En David hoort dat.
[00:07:34] Hij hoort dat.
[00:07:38] En als hij dat hoort, ik wil je mee trekken in dit verhaal, zodat je dit goed gaat begrijpen, wat de Heer eigenlijk in ons midden wil leggen in een tijd als deze waarin wij leven. Hij hoort dat vloeken.
[00:07:53] Hij hoort dat uitdagen.
[00:07:58] En als hij dat hoort, dan gebeurt er iets binnenin hem.
[00:08:06] Heb jij dat ook als jij iemand hoort vloeken of niet?
[00:08:10] Als je iemand GVD hoort zeggen?
[00:08:13] Dat gaat bij mij de merg en been. Ik kan dat niet horen. Ik vind dat verschrikkelijk.
[00:08:20] Maar hoe staat het vandaag als jij dingen hoort die werkelijk tegen God ingaan? Dat je voelt dat ze God uitdagen. Die geesten, hè? Niet die mensen, want wat heb je met vlees en bloed?
[00:08:35] Die geest in die mensen, die dingen zeggen waarvan je gewoon weet, dit is zo goddeloos!
[00:08:42] Dit gaat zo tegen het Woord van God in. Dit is gewoon een uitdaging van onze God.
[00:08:51] Of over Jezus Christus.
[00:08:54] Hallo.
[00:08:57] Jezus wordt gewoon soms belachelijk gemaakt. Er is een tijd geweest dat al die cabaretiers Jezus op de korrel namen. Maar luister, dat durven ze niet over Mohammed, hè?
[00:09:12] Dat durven ze niet over de islam, hè?
[00:09:15] Maar waarom denk je dat ze dat niet over de islam durven, en wel over de christenen? Hallo?
[00:09:24] Ja, dat heeft een reden.
[00:09:28] Maar wat voel jij dan als je dingen hoort, ook door het kabinet, door de regering?
[00:09:37] Wat voel jij dan als ze dingen zeggen die gewoon tegen God ingaan en je weet gewoon dat is zo goddeloos wat ze hier doen?
[00:09:47] Nou, dat is wat David voelde.
[00:09:51] En wat daar gaande was, dat waren twee werelden. Je had de Filistijnen en je had de Israëliten. De Israëliten, dat was het volk van God. De Filistijnen, dat waren de goddelozen. Zo, je had eigenlijk licht tegen duisternis. Dat is wat daar gaande was.
[00:10:11] En de Filistijnen hadden hun reus, schild, zwaard, speer.
[00:10:19] En de Israëlieten, zij hadden hun God.
[00:10:23] Hallo.
[00:10:25] Maar dat was wel een probleem.
[00:10:30] Want, de Israëlieten waren allemaal bang.
[00:10:36] Ze waren allemaal bang.
[00:10:38] Saul was ook bang, de koning, die grote koning. Hij was groot, hè.
[00:10:44] Zegt de Bijbel. Hij stak boven al het andere uit.
[00:10:47] Hij was bang.
[00:10:49] Hij was bevreesd voor die Filistijn en voor die Reus.
[00:10:55] En Eliab was ook bang.
[00:11:00] En Abinadab was ook bang.
[00:11:03] En Sama was ook bang.
[00:11:06] De broers van David, ze waren allemaal bang. De koning, ze waren bang. De israelieten, het volk, het leger, ze waren allemaal bang voor de Filistijnen en voor die grote reus.
[00:11:21] Bang.
[00:11:25] En als David dus dan daar komt, en hij hoort dat, Dan begint Eliab tegen hem te praten, want Eliab wordt boos op David, omdat hij dus zijn boosheid laat horen, laat voelen.
[00:11:50] Want David zegt, wie is die goddeloze Filistijn?
[00:11:56] Is er dan niemand die durft te vechten tegen die goddeloze Filistijn?
[00:12:03] Wie is die? Wie is hij? Wie is zij? Wie is dat die de levende God, onze levende God, uitdaagt, belachelijk maakt?
[00:12:17] Eliab hoorde dat.
[00:12:19] De mannen hoorden dat.
[00:12:23] En dan wordt Eliab boos.
[00:12:26] En dan begint Eliab te praten.
[00:12:29] En wat hij doet, Eliab, Dat is zijn broer. Wat hij doet, Eliab, dat is dat hij begint David klein te maken.
[00:12:45] Wat heb je met die schaapjes gedaan? Hebben ze zomaar achtergelaten om hier te komen? Hij kleineert David.
[00:12:58] En dan zegt hij, ja ik weet, ik ken je wel David, Davidje. Ik ken je wel.
[00:13:05] Je bent slecht.
[00:13:08] Je komt hier, hè.
[00:13:10] Je komt hier en wij zijn hier het leger.
[00:13:15] En wij zijn het.
[00:13:17] En als er één is, dan moeten wij dat doen. En dan kom jij hier om ons even les te lezen.
[00:13:24] Zo kwam het bij Eliab over, hè.
[00:13:30] En dan doet hij David voorkomen als slechter.
[00:13:37] En dan zegt David, die zegt dan... Ja, luister eens.
[00:13:42] Is er dan geen reden dat ik hier ben?
[00:13:47] Papa heeft mij gestuurd. Ik ben hier niet uit mezelf. Papa heeft mij gestuurd.
[00:13:53] Ik ben hier omdat papa mij gestuurd heeft.
[00:13:56] En dan...
[00:14:00] Dan zegt hij, is er dan geen reden, met andere woorden, ik probeer dit uit te leggen.
[00:14:07] Is er dan geen reden dat ik zo kwaad ben? Is er geen reden dat ik zo boos ben?
[00:14:14] Ik heb alle reden om boos te zijn met wat ik hoor.
[00:14:19] Met wat die reus zegt, wat die Goliath zegt. Ik heb alle reden om kwaad te zijn.
[00:14:29] Begrijp jij waar ik heen wil?
[00:14:32] David had alle reden om er te zijn, want papa had hem gestuurd. David had alle reden om boos te zijn met wat hij hoorde, wat die goddeloze reus daar zei.
[00:14:45] Alle reden.
[00:14:49] Dat was eigenlijk de geest van God binnen in hem die verbogen werd door dat wat die reus zei.
[00:14:59] Heb jij dat ook?
[00:15:01] Heb jij dat ook? Als je vandaag dingen hoort over woke.
[00:15:07] Als je vandaag dingen hoort over LHBTIQ.
[00:15:12] Als je dingen hoort over all inclusive, het moet allemaal binnen.
[00:15:22] Als je dingen hoort over de evolutie, hoe ze dat allemaal in de kinderen leggen.
[00:15:27] En dan noem ik alleen maar vier van die hoofdingetjes aan.
[00:15:32] Maar heb jij dat dan ook als de regering weer iets bekokstooft, waarvan wij weten, dit is zo goddeloos wat ze nu doen en een wet ervan maken.
[00:15:47] Dat is waarom ik net vroeg, wat voel jij dan?
[00:15:51] Voel jij hetzelfde als wat David daar voelde door de geest Gods?
[00:15:56] Of heb je dat helemaal niet? Als je dat helemaal niet hebt, dan klopt er iets niet.
[00:16:03] Als je vervuld bent met de Heilige Geest, dan moeten die twee werelden botsen. Het moet botsen.
[00:16:12] Het moet iets met je en in je doen waarvan je denkt, ik kan bijna mijn mond niet houden.
[00:16:28] Hallo.
[00:16:30] Ik heb het over vandaag hè.
[00:16:33] Die werelden staan nog steeds tegenover elkaar.
[00:16:38] Satan tegenover God, duisternis tegenover licht. Jij bent toch een kind van het licht?
[00:16:46] Laat je licht dan schijnen. Maar dat is niet het enige dat je je licht laat schijnen. Er moet iets binnen in je, opkomen borrelen van een soort boosheid dat je denkt, ze flikken het weer.
[00:17:09] Wie ben je dan? Wie ben je dan, goddeloze regering? Wie ben jij dan, geest van LBTI? Wie ben jij dan, geest van woke?
[00:17:20] Wie ben jij dan, dat je al de vieze vuiligheid de kerk wil binnenbrengen?
[00:17:29] Kijk, in plaats dat Eliab blij was met een David die dat zegt, terwijl niemand dat zei, komt die kleine jongen, die gaat daar staan en die zegt dat, die komt eigenlijk op tegen die geest.
[00:17:49] In plaats dat Eliab blij daarmee is, en Abinadad, Ben Sama en noem maar op, maar laten we het even bij Eliab houden, want die doet zijn mond open tegen David. In plaats dat hij blij is, komt hij tegen David.
[00:18:05] Terwijl hij niet van de Filistijnen is, maar hij is van zijn eigen volk.
[00:18:12] En hij komt tegen David. Ik zal je dit vertellen, Die geest van Eliab zoals die was en dat die David eigenlijk in een slecht daglicht daar wilde stellen, die heb je vandaag ook.
[00:18:30] Hij, Eliab, had liever nog dat David zou verliezen dan dat David zou winnen.
[00:18:38] En waarom?
[00:18:41] Omdat hij was ook bang voor Goliath.
[00:18:49] En om die waarheid te verdoezelen... Je begrijpt het, hè?
[00:18:58] Om die waarheid te verdoezelen, dat hij bang was voor Goliath en de Filistijnen, deed hij voorkomen alsof David slecht was.
[00:19:13] Maar David gaf geen tijd aan Eliab.
[00:19:19] Want hij zei dat. Hé, ik heb toch een reden om hier te zijn? Ik heb toch een reden om boos te worden? Hoor jij dat niet wat die reuze zegt?
[00:19:26] Maar hij liet hem gelijk gaan.
[00:19:30] En hij gaf hem geen tijd en hij ging verder.
[00:19:34] En dit is heel belangrijk.
[00:19:36] Kijk, ik sta even stil om het uit te leggen.
[00:19:39] Maar hij gaf hem geen tijd, die geest van Eliab, en hij ging verder. En het is triest dat dat uit zijn eigen geledere kwam, die geest.
[00:19:49] En hij ging verder.
[00:19:51] En ik geef die geesten ook geen tijd.
[00:19:54] Ik geef ze geen tijd.
[00:19:56] De sop is de kool niet waard.
[00:19:59] Ik heb alle redenen om te zeggen wat ik zeg. En elke keer in mijn boodschap heb ik alle redenen om te zeggen wat ik zeg en te doen wat ik moet doen.
[00:20:10] Ook als ik iets zeg over LHBTIQ en ook als ik iets zeg over woke en inclusie en al die dingen van vandaag.
[00:20:20] Ik heb daar alle redenen toe.
[00:20:24] De meeste mensen zijn bang.
[00:20:26] De meeste predekers zijn bang.
[00:20:28] Hun vrees voor die geesten is groter dan hun vertrouwen op God. En dat is de waarheid.
[00:20:36] Moet ik het herhalen?
[00:20:40] Hun vrees voor die geesten is groter dan hun vertrouwen in de levende God. Daarom houden ze hun mond. Net als de israelieten, net als Eliab, Abinadab en Sama.
[00:20:54] Allemaal bang.
[00:20:56] En vandaag heb je dat ook in ons Nederland.
[00:20:59] En dan komen ze tegen degene op die daar juist wat van zegt. En wat doen ze? Ze gooien hun deuren open met regenboogvlaggen, et cetera.
[00:21:11] en ze halen die steinen zo binnen.
[00:21:15] Maar dat is wat ze doen, de waarheid verdoezelen dat ze zelf bang zijn.
[00:21:21] Daarom doen ze hun eigen mond niet open en willen ze degene die het zegt, slecht doen lijken.
[00:21:30] Heb jij daar ook last van misschien, als jij je mond open doet over het evangelie?
[00:21:37] Maar lieve mensen, ik volg gewoon mijn roeping.
[00:21:42] En dat doe ik al mijn hele leven lang.
[00:21:45] Ik volg mijn roeping, dat deed David ook.
[00:21:49] Want zie je, David was geroepen.
[00:21:53] Tot koning gesalfd, al jong, geroepen.
[00:21:57] En wat hier gebeurde, deze Goliath, deze situatie, was gewoon een moment in het leven van David op zijn weg van zijn roeping.
[00:22:12] Het kwam daar.
[00:22:14] En David, die liet zich niet afleiden door zijn eigen broers om van zijn roeping af te wijken.
[00:22:29] Want luister, David was geroepen om met die reus te strijden. Dat zou een omkeer brengen in het volk van Israël, maar ook in zijn leven en met die hele situatie met Sal.
[00:22:44] Dat zou een omkeer brengen. Dat lag op zijn roeping.
[00:22:48] David was geroepen om te vechten met die reus.
[00:22:52] en om Gods volk de overwinning te geven. God wilde zijn volk bevrijden van de Filistijnen. God wilde zijn volk laten overwinnen over die reus en over de Filistijnen. Er was niemand die die kon gebruiken. Iedereen was bang.
[00:23:07] Ook Saul was bang. Maar die kleine David, de man met Gods hart, die zou God gebruiken om zijn volk uit de strijd van de Filistijnen te helpen.
[00:23:19] En in plaats van tegen zo iemand in te gaan, kan je beter met zo iemand zijn.
[00:23:27] En dat zeg ik ook tegen de kerken die er in Nederland zijn. In plaats van tegen mij in te gaan, kan je beter met mij zijn, want het is een goddeloze wereld.
[00:23:40] En de predikors van het evangelie zullen moeten gaan staan in de waarheid en het vertrouwen in de levende God, dat Hij met ons is.
[00:23:51] Hij is met ons.
[00:23:53] Ik volg mijn roeping.
[00:23:56] Ik ben tot een ontwaken gekomen, en dat was al heel jong, om het op te nemen tegen die reuze.
[00:24:05] En dan niet met speer en niet met schild, Maar in het vertrouwen en in het geloof van de levende God van Abram, Isaac en Israël.
[00:24:17] Israël is ook zo'n punt.
[00:24:20] Had ik net misschien ook moeten aanhalen bij Woken en Ellebiet. Israël is ook zo'n punt.
[00:24:25] Als je je mond open doet over Israël, wat krijg je niet over je heen.
[00:24:29] Wat een antigeest is er in ons Nederland tegen Israël gekomen. Tegen de Joden. De Joden kunnen niet eens meer in ons Nederland vrij rondlopen.
[00:24:42] Hallo?
[00:24:43] Dat is gewoon een waarheid.
[00:24:46] Bij elke school en instelling moet een hele politiepost zijn om ze te bewaken tegenover die goddeloze Filistijnen.
[00:24:57] En er zijn er maar weinigen die daar wat over durven te zeggen. Misschien jij ook.
[00:25:07] Maar je moet wel wachten op je tijd, dat er een reus komt om te gaan strijden. Je moet niet zomaar met de Israëlvlag door de Schilderswijk gaan lopen.
[00:25:18] Omdat jij even je punt wil maken.
[00:25:20] Want daar gaat het niet om. Je moet wachten tot dat moment zich aanbreekt zoals een Goliath.
[00:25:27] Dat was niet wat David creëerde. Dat was een situatie die er is. Maar David kwam daar langs. Hij was gestuurd door zijn vader.
[00:25:37] En terwijl die daar langskomt, dan hoort hij het. En dan komt de geest Gods in beweging. En dan gebeurt er wat er gebeurde, dat hij zich opmaakt en dacht, ik ga strijden met die reus.
[00:25:49] Ik laat me niet afleiden door Eliab met wat hij zegt en dat ik slecht ben. Ik ga strijden met die reus. Waarom? Dat is wat God wil dat ik zal doen.
[00:25:58] Ik heb een beer verslagen, een leeuw verslagen. De Heer zal mij ook Goliath in mijn macht geven.
[00:26:11] Luister, de duivel die huivert van een boodschap als dit.
[00:26:21] Ja, ik ben weer benieuwd wat voor reacties erop opkomen.
[00:26:29] Maar luister, ik ben daar niet bang voor, want dan denk ik, wat moeten ze nog schrijven over mij? Ze hebben alles al geschreven.
[00:26:37] Het is allemaal oude koek.
[00:26:40] Maar ik laat me niet intimideren daardoor.
[00:26:43] Op een gegeven moment dan groei je zo.
[00:26:47] Want dit was David, hij was nog klein, hij was een jongen. De reus was eigenlijk zijn eerste grote slag. Maar vanaf die dag kende iedereen David.
[00:26:59] En God was met hem, want God had Sal verlaten.
[00:27:03] Sal wist dat ook.
[00:27:08] En David groeide in zijn geloof, want Goliath had nog vier broers. Die heeft hij met zijn helden ook verslagen. Toen David het gevecht met Goliath inging, was hij helemaal alleen.
[00:27:24] Hij had geen helden, er was niemand.
[00:27:26] Hij was alleen.
[00:27:27] Maar door wat hij daar deed, kwamen er helden aan zijn zijde. Want die zeiden, ach, als de levende God dat voor David heeft gedaan, dan kan die dat ook voor mij doen.
[00:27:40] En luister, dat is de boodschap waar het over gaat vandaag.
[00:27:46] De duivel haat een boodschap als dit, zodat jij dat hoort.
[00:27:56] En dan hoop ik dat het wat losmaakt in jou.
[00:28:01] Want jij kan tegen de duivel opstaan.
[00:28:11] Jij kan tegen de boze machten opstaan, net als David tegenover de reus. Net als ik doe tegenover die geesten van vandaag, die allemaal mooie namen hebben.
[00:28:23] Maar het zijn dezelfde geesten. Het zijn dezelfde geesten.
[00:28:27] Ze hebben alleen een andere naam, Woke en noem maar op. Het is gewoon een andere naam, maar het zijn dezelfde geesten.
[00:28:35] Jij kan tegen die geesten opstaan.
[00:28:43] Geloof je dat?
[00:28:46] Geloof je het echt?
[00:28:49] Waarom ben je dan stil?
[00:28:52] Is er dan niemand die zegt AMEN?
[00:28:56] Heb je dat niet dan?
[00:29:02] Jij kan die geesten binden in de naam van Jezus.
[00:29:09] Want jij hebt macht gekregen van Jezus Christus. Ik heb u macht gegeven, zegt Jezus, om op slangen en schorpioenen te treden.
[00:29:19] Jij hebt macht gekregen. Dit ligt niet alleen aan mij, vandaar dat ik ook begon. Voel jij dan niks?
[00:29:27] Heb jij dat dan niet?
[00:29:30] Als je vol bent van de Heilige Geest.
[00:29:33] Maar jij hebt macht gekregen van Jezus, wat jij hier op aarde bindt, zal gebonden worden in de hemel. Wat jij losmaakt hier, zal losgemaakt worden in de hemel.
[00:29:50] Ik heb uw macht gegeven.
[00:29:53] Oh, jij kan domineren in de geest.
[00:30:00] Hallo, jij bent een kind van God.
[00:30:08] Welk, welke God?
[00:30:10] Want er zijn vele Goden. De God van?
[00:30:15] Ik hou tegenwoordig ervan, in plaats van Jacob, om Israël te zeggen.
[00:30:23] Ja, hoor je dat Goliath?
[00:30:26] Ja, hoor je dat Goliath? Ik dien de God van Abram, Isaac en Israël.
[00:30:38] En zijn zoon, zijn naam is Jezus Christus. De enige geboren zoon van de Vader.
[00:30:49] Jij kan domineren.
[00:30:53] Jij bent geen slaaf.
[00:30:58] Je bent geen slaaf.
[00:31:00] Je bent een kind van God.
[00:31:03] Jij kan als een David daar lopen en als je dat dan hoort, dan bind je dat in de naam van Jezus. Dan komt er wat in je op.
[00:31:13] En dan zeg je uit de kracht van de Heilige Geest, ik bestraf jou, jouw vuile, vieze, boze geest en macht. En luister, lieve mensen, wij moeten de boze geesten in Nederland ook binden in de naam van Jezus. Ook in de overheden, ook in de stedelijke overheden, overal waar die Goliath met zijn grote bek opkomt en weer eens even laat zien dat hij denkt dat hij wint en hij ging verroen, maar het wordt zijn ondergang.
[00:31:47] Ja, wordt zijn ondergang, want wij zijn met hem meer dan overwinnaar.
[00:31:53] Wij zullen winnen.
[00:31:55] Ja, wij zullen winnen.
[00:32:00] Oké, nou, ze kunnen mijn lichaam doden, oké, so be it, maar ik zal altijd winnen.
[00:32:05] En als ze zeggen, David is dood, geloof ze niet, ik ben springlevend, zal altijd springlevend zijn, tot in eeuwigheid.
[00:32:14] Maar ik ga wel mijn roeping volgen, tot het einde toe.
[00:32:20] En ik ben jong, is er een ontwaker gekomen, wat mijn roeping is, en die volg ik. En ik weet dat het tegenstand geeft.
[00:32:28] En ik weet dat ze dan mijn slecht willen doen laten voorkomen. Lieve mensen, het sop is de kool niet waard. Geef het geen aandacht, al die dingen.
[00:32:40] Gebruik de hang-op-klik-weg-tactiek. Laat gaan.
[00:32:44] Jij hebt een roeping.
[00:32:45] Je moet je roeping volgen.
[00:32:47] Je moet dat doen wat God jou heeft gegeven in jouw leven.
[00:32:51] En wees dan niet geïntimideerd door die geesten en door die machten. Die zijn allemaal onderworpen onder de naam van Jezus, onder zijn voet.
[00:33:01] Jij hebt macht.
[00:33:02] Jij kan domineren. Jij kan binden in de naam van Jezus. Jij kan geesten zeggen, ga weg in Jezus' naam. Jij bent een kind van God. Jij bent overwinnaar.
[00:33:14] Amen.
[00:33:21] Bedankt voor het luisteren naar deze podcast.
[00:33:24] Wilt u meer preken beluisteren? Ga dan naar message.maasbachradio.com Bezoek ook eens onze website www.maasbach.nl